Fietstocht IVN

De fietsroute van ongeveer 20 km voert door het gevarieerde landschap rondom Borculo. De route gaat door een licht golvend essen- en kampenlandschap doorsneden door riviertjes en beken, langs cultuurhistorische plekken en over historische wegen, langs opvallende landschappelijke elementen en Natura 2000-gebieden met natuurherontwikkeling.

Startpunt: Galgenveldsdijk/Lebbenbruggedijk
Deze zandweg, de Lebbenbruggedijk, was ooit een belangrijke Middeleeuwse handelsweg, ofwel een Hessenweg. Deze liep vanaf Duitsland naar destijds de gewesten Gelre en Utrecht. Het was niet meer dan een moeilijk begaanbaar karrenspoor. Voor gebruik en onderhoud van de weg en van de brug verderop moest tol worden betaald. (Meer hierover bij het eindpunt van deze route)
De Galgenveldsdijk verwijst naar het Galgenveld, dat ligt tussen deze dijk en het riviertje de Slinge, destijds de grens tussen Münsterland en Gelre. Van de 13e tot eind 19e eeuw waren in dit gebied de Heren van Borculo de baas. Zij hadden ook het gezag over rechtspraak. Op het Galgenveld werden bij veroordeling de vonnissen geveld.
‘Dijk’ is hier overigens niet een dijk langs een rivier, maar een verhoogde, dus droge doorgaande weg langs nat en onbegaanbaar terrein.

1. Waterster
Het sterrenbos de Waterster is van oorsprong een parkaanleg vanuit de toenmalig tegenoverliggende havezate de Hoeve. In de late Middeleeuwen waren er rondom het toenmalige kasteel van Borculo verschillende havezates. Een havezate was een versterkte boerderij of huis omgeven door een gracht en bezit hiervan was een voorwaarde om lidmaat van een ridderschap te zijn; in het geval van de Hoeve van de Borculose Ridderschap.
Het middeleeuwse huis was in 1730 al verbouwd tot een huis in classicistische stijl en was het park aangelegd. Kort na 1860 werd het toen bouwvallige huis afgebroken; het park is blijven bestaan en is nu gemeentelijk eigendom. Het park bestaat uit een achthoekige vijver omgeven door bos en twee rondlopende wandelpaden.

2. Meren van Borculo
Hier zijn verschillende wateren te zien: De Berkel, Haarloos kanaal en Leerinkbeek. De Berkel ontspringt in het Duitse Billerbeck, mondt uit in Zutphen en is 114 km lang waarvan 44 km in Nederland ligt. Het verval is 110 meter, dat is flink. De Berkel was een belangrijke rivier voor het oosten van Nederland vanwege het transport van goederen. Tot eind van de 19e eeuw voeren platbodems door de rivier.
Door de jaren heen zijn er veranderingen aangebracht aan de Berkel omdat aanwonenden problemen ondervonden met teveel of juist te weinig water. Na vele overstromingen besloot het Waterschap Rijn en IJssel in de jaren zestig De Berkel recht te trekken, te verbreden en te verrijken met kaden en stuwen. In Borculo werd een geheel nieuwe Berkel gegraven aan de oostzijde van Borculo naar de noordkant.  Toen kwam er ook een omleiding om het centrum van water te voorzien. Borculo is gebouwd op takkenbossen en deze moeten onder water staan. Gebeurt dat niet dan verzakken vele huizen tijdens droge zomers.
Rond 1975 ontstond de Hambroekplas door zandwinning, wat nu een aantrekkelijk recreatiegebied is. Met het zand werd de wijk het Hambroek gebouwd.
Enige jaren geleden zijn er opnieuw wijzigingen aangebracht in de stromingen van de Berkel, Leerinkbeek, Slinge en andere beken en rivieren. Er kwamen vistrappen, brede oevers en meanderingen. Dit alles met het doel om de grondwaterstand te verhogen, het water langer vast te houden en te zorgen voor meer biodiversiteit. Met deze activiteiten is het waterschap nog steeds bezig. En over enkele jaren gaan ze onderzoeken wat de resultaten zijn van deze werkzaamheden.

Berkelzompen
Zompen zijn kleine platbodemvaartuigen die tussen 1670 en 1925 veelvuldig als vrachtschepen werden ingezet. De Berkelzomp had een zeer ondiepe ligging, maar het kon gebeuren dat deze aan de grond raakte als er te weinig water was. De schippers wierpen dan een dam op in de rivier en wachtten tot de rivier zich weer vulde, daarna werd de dam doorgestoken en ‘surfden’ de zompen op de golf stroomafwaarts totdat ze opnieuw vast liepen.
Op de Berkel varen vier replica’s van de Berkelzomp, in Almen, Lochem, Eibergen en Borculo. Ze hebben namen gekregen van watervogels: Snippe (watersnip), Fute. (fuut) en Ente (eend). In Borculo is de boot vernoemd naar een van de laatste schippers, Gerard Wolfs, die luisterde naar de bijnaam ‘De Jappe’.
De belangrijkste zijbeken van de Berkel zijn de Ramsbeek, Leerinkbeek, Groenlose Slinge Bolksbeek en Barchemse Veengoot.

3. Dikste iep
Dit is de dikste en oudste iep van Nederland; de fladderiep (Ulmus Leavis). De boom is 34 meter hoog en heeft een omtrek van zes meter. Er zijn zo’n 40 soorten waarvan drie inheems. Door de iepziekte en veranderingen in het landschap zijn ze schaars geworden. Ze zijn nog te vinden in beek- en rivierdalen (langs de Slinge bij Winterswijk en op hellingen in Zuid-Limburg).
De iep werd gebruikt als haag en was een markant herkenningspunt en is zeer goed bestand tegen natte omstandigheden. Er waren vaak speciale gebruiken aan verbonden. Door buigzaamheid en vlamstructuur is de iep geschikt voor het maken van meubels, boten, houtsnijwerk en vloeren.

4. Stelkampsveld
Natuurgebied Stelkampsveld. Dit gebied maakt onderdeel uit van landgoed Beekvliet. Stelkampsveld is vanwege de zeldzame natuur aangewezen als Natura 2000-gebied (2013). Hier wordt gewerkt aan natuurherstel en versterking van biodiversiteit.
De natuur op Stelkampsveld wordt bedreigd door verdroging, vermesting en verzuring. Vermesting en verzuring komt voornamelijk door een teveel aan (reactief) stikstof. Hierdoor hebben de zeldzame planten die houden van voedselarme en/of kalkrijke grond het moeilijk. Planten die houden van voedselrijke grond zoals bramen, brandnetels, bepaalde grassoorten, nemen juist toe.
Om de natuur te behouden en te versterken worden in dit gebied allerlei maatregelen getroffen. Door bomen te kappen wordt verdroging tegengegaan. Met name naaldbomen nemen veel regen- en grondwater op. Naaldbomen nemen ook in winter water op! Dit water kan weer naar de lagergelegen gebieden stromen. Daarnaast worden bomen gekapt om het natuurgebied uit te breiden en bloemrijke natuur met elkaar te verbinden. De natuur wordt zo robuuster.
Een andere maatregel die wordt getroffen is het verhogen van de grondwaterstand. Planten hebben hierdoor minder last van zure regen, doordat het grondwater de zuren neutraliseert. Het gebied wordt daarmee beter bestand tegen droge periodes.
Dit gebied heeft kunnen uitgroeien van boerenland (1995) tot één van de parels van de Nederlandse natuur. Een fraai voorbeeld van het Achterhoekse kampenlandschap. Kenmerkend is de kleinschalige afwisseling van oude essen, heiden, lage vennen en blauwgraslanden.
Een erg mooi perceel springt eruit: een afwisseling van droge en natte heide, heischraal grasland en blauwgrasland. Hier stroomt kalkrijk kwelwater vanuit Duitsland ondergronds dit gebied in. Waar het kalkrijke grondwater boven de grond komt in het blauwgrasland is begroeiing van kalkmoerassen.
Eind voorjaar bloeien er volop orchideeën. De zeldzame Welriekende nachtorchis en het is van de weinig groeiplaatsen van de Grote muggenorchis in Nederland. Het blauwgrasland herbergt ook het zeer zeldzame Melkviooltje. Andere kenmerkende planten zijn Spaanse ruiter, Klokjesgentiaan en Parnassia.
Ook voor de fauna is het gebied van belang. Zo zijn in het gebied 25 soorten libelles waargenomen waaronder de tengere pantserjuffer, glassnijder, venwitsnuit libel en beekoever libel. Verder komen er in de laagten zompsprinkhanen voor.

Eindpunt: De Lebbenbrugge.
De Lebbenbrugge is in de 16e eeuw gebouwd. Het is een oud-Saksisch huis. Het bestaat uit een achterhuis, de oude boerderij, en een voorhuis met links een kelder met opkamer en rechts een ‘herenkamer’. Het was ooit een jachthuis van de Heren van Borculo, een postwisselplaats en een boerenwoning.
De Lebbenbrugge was ook een tolboerderij. De tol werd betaald bij het passeren van het tolhek bij de brug over het riviertje de Slinge. Destijds was dit de grens tussen Münsterland en Gelre. Aan het voorhuis is een bord bevestigd met de toltarieven van na 1800.
In de jaren dertig is De Lebbenbrugge gerestaureerd en geopend als museum.